Klagen, schelden en daarna excuses (Trouw 09-02-2012)
09-02-2012
Als marathonschaatser is de Elfstedentocht de belangrijkste wedstrijd die je maar kunt rijden. Laat staan winnen. Voor mij persoonlijk is het rijden van de tocht der tochten als wedstrijdrijder een droom en ik weet zeker dat dit voor het grootste gedeelte van het peloton ook geldt. Je zou dus denken dat de gesprekken in het peloton slechts over één ding gaan. Dat de Elfstedenkoorts het peloton in haar greep heeft. Dat de marathonrijders thuis klûnend door de tuin rennen en oefenen met stempelen.
Het krakende geluid van natuurijs (Trouw 08-02-2012)
08-02-2012
Afgelopen maandag wilde ik het eerste deel van de Elfstedenroute verkennen en dacht dat het leuk zou zijn om dit samen met een goede vriend, die vorig seizoen gestopt is als marathonschaatser, te gaan doen. Na veel gemopper stemde hij ermee in om naar Leeuwarden te komen.
Omdat ik de getrainde schaatser van ons tweeën ben begon ik op kop. Achter mij hoorde ik het hakken van schaatsen en het hijgen en puffen van mijn vriend die duidelijk moeite had met het tempo. Ik besloot iets rustiger aan te doen en al gauw werd het hakken van de schaatsen en het hijgen minder. Ik vroeg hem hoe het ging en kreeg een korte grom als antwoord. We reden verder van Leeuwarden richting Sneek. Na een klein half uurtje vond ik het tijd mijn rug te rechten en mijn vriend deed achter mij hetzelfde. Al die tijd had hij niets gezegd en juist toen ik dacht dat hij zou gaan zeggen dat hij wilde omkeren, voelde ik zijn hand op mijn schouder. Even was het stil. Toen zei hij zacht en met een lichte trilling in zijn stem: “Bedankt voor het bellen...”
Hij liet zijn hand van mijn schouder glijden en ik zag hem slikken. ‘Zullen we weer?’ zei hij en reed bij mij weg. Op dat moment besefte ik wat natuurijs echt betekent. Natuurijs gaat niet over loodzware wedstrijden, afzien of de Elfstedentocht. Natuurijs is veel meer dan dat. Het gevoel dat je één bent met de natuur om je heen. De macht die je voelt als je beseft hoe gemakkelijk je je met een enorme snelheid over het ijs beweegt. De kippenvel die je krijgt van het krakende geluid van de schaatsen onder je. Maar vooral gaat het over het delen van die bijzondere dingen.
Nog géén 24 uur later maakte mijn vriend zijn rentree in een marathonwedstrijd op het hoogste niveau. Toen ik hem 20 kilometer voor de finish een ronde inhaalde keek hij naar me zonder iets te zeggen. Alleen zijn ogen en zijn glimlach spraken. “I’m back, my friend.”
Astana in de Polder
05-12-2011

Terwijl ik in de vroege winterzon mijn slagen maak sluit ik mijn ogen en luister naar het krakende geluid van mijn schaatsen. Met het windje in de rug lijkt het vanzelf te gaan en even ga ik helemaal op in mijn gedachten.
Ik denk stiekem vooruit aan de wedstrijden waar ik mij op verheug, wat verderop in het seizoen. Wedstrijden waarbij het marathonpeloton wellicht een aantal toppers moet missen omdat die de strijd tegen het uurwerk verkiezen boven de strijd op leven en dood tegen de elementen. Het is hun goed recht hoor. Bovendien heb ik makkelijk praten. Ik kan er namelijk geen hout van, dat langebaanschaatsen. Uit collegialiteit en daarbij behorende interesse bekeek ik afgelopen week een aantal ritten van de Essent ISU World Cup in Astana. Ik zag tot mijn genoegen dat mijn marathoncollega’s wederom zeer goede tijden wisten te realiseren en naast nationaal, nu ook internationaal serieus meetellen. Met verbazing keek ik naar de immense ijshal waarvan de verf nog niet eens droog leek te zijn. Alles nieuw, mega luxe en vooral enorm schoon. Het leek zelfs wel of de Kazakken er speciaal voor de World Cup nog even een nieuwe ijsvloer ingelegd hadden.
Al die moeite is niet voor niets geweest, want de hele afgereisde schaatswereld was enorm onder de indruk van dat imposante uiterlijke vertoon. Direct na aankomst in de ijshal vloog de ene na de andere foto over de twitters en facebookjes. Nog voordat er ook maar een meter was geschaatst werd er al geroepen dat het een baan is die is gebouwd voor records. Na de ooh’s en aah’s volgden al gauw vergelijkingen met andere ijsbanen in de wereld en zo ook ons eigen Thialf. In verhouding tot dat grote schaatspaleis in Astana is de baan in Heerenveen zwaar achterhaald. Een oude bende en niet meer van deze tijd. Allemaal kreten over wat eens de meest geliefde baan ter wereld was. Thialf, de baan die ooit als bijnaam ‘schaatstempel’ had wordt opeens afgedaan als te oud. De baan in Heerenveen is volgens onze nationale schaatshelden en heldinnen te stoffig voor topsport.
De eerste beelden van de kersverse mooiste ijsbaan ter wereld zag ik een aantal weken voor de World Cup al op twitter voorbij komen. Een van de mensen in mijn time-line was voor zijn werk in Astana en was uit nieuwsgierigheid een aantal keer de ijshal ingelopen om te kijken wat er gaande was. Het antwoord was alle keren hetzelfde; niets. Geen schaatser te bekennen. Helemaal niemand. De baan lag daar maar te liggen. En zo ligt de baan er nu, een week na de World Cup, weer bij. Roemloos. Stof te verzamelen. Net als Thialf, maar daar komt het stof er juist door intensief gebruik en ademt het tenminste nog historie.
Ik open mijn ogen tot kleine spleetjes en tuur tegen de zon in naar het doffe witte ijs voor mij. Dit is pas een echte ijsbaan. Eentje waarbij alle andere ijsbanen in de wereld verbleken. Eentje waar de baan in Astana het van in de broek doet. Een ijsbaan waar geen stofnest te vinden is. Een baan die al 4 jaar bestaat maar die nog niet de plek en het aanzien heeft die de baan verdient. Ik heb gelijk maar even een foto gemaakt en die op twitter geplaatst inclusief onderschrift.
Fuck Astana, Leve FlevOnice.
Competitievervalsing of mooie uitdaging?
20-10-2011

Een reactie op de oproep van Martijn de Groot op deze website aan rijders uit de Top-divisie om niet meer deel te nemen aan wedstrijden voor de 1e-divisie.
Ik weet het nog heel goed. Zo’n 13 jaar geleden debuteerde ik bij de b-rijders. Amper 18 jaar en vol bravoure reed ik mijn eerste rondjes op landelijk niveau. Verder dan 40 van de 75 rondes kwam ik die eerste dag in Utrecht niet. Ik leerde snel en 2 wedstrijden later reed ik mijn eerste punten bij elkaar. Helaas kon ik mijn vorderingen niet heel lang blijven voortzetten doordat ik te kampen kreeg met de ziekte van Pfeiffer. Toch is het een heel belangrijk seizoen geweest voor mijn ontwikkeling als marathonschaatser. Ik reed dat seizoen namelijk net als 80 anderen in de zogenaamde ‘mongolenwaaier’.
De dienst werd uitgemaakt door een klein groepje kerels die de rest van het peloton compleet voor schut zetten. Mannen als Bas en Gerben van Hest, Jan van Oosterom, Martijn Bovenmars, Martijn van Es, Arjen Becker en Lars Hoogenboom geselden het peloton. Jan van Oosterom deed dit overigens niet met een muts op zijn hoofd, maar droeg een pet. Als die achterstevoren ging, moesten alle zeilen bij. Deze jongens waren niet één, maar twee maatjes te groot voor de rest. Was dat leuk? Absoluut niet. Was het zinvol voor mijn ontwikkeling als marathonschaatser? Veel meer dan dat.
In die jaren bestond er zoiets als een ‘promotie/degradatie klassement’. Als b-rijder reed je als een ware oorlogsheld van slagveld naar slagveld om uiteindelijk die medaille voor bijzondere strijdlust in ontvangst te kunnen nemen. Bij de eerste 10 in het klassement eindigen was het doel om aanspraak te maken op die felbegeerde promotie en zodoende toe te treden tot het absolute elite korps.
Sindsdien zijn de regels in fases aangepast onder het mom van professionalisering. Het promotie/degradatieklassement bestaat niet meer, a-rijders heten nu Top-divisie en b-rijders zijn 1e-divisie geworden. De Top-divisie bestaat uit 15 (dit seizoen zelfs maar 14!) teams van 5 of 6 rijders waarvan elke wedstrijd 4 mannen het ijs mogen betreden. Voor de 5e en 6e rijders in een team is er de mogelijkheid om te starten in de 1e-divisie. Ikzelf maak van die mogelijkheid om moverende redenen geen gebruik, maar ik kan me goed voorstellen dat er rijders zijn die dat wel doen. Marathonschaatsers willen namelijk wedstrijden rijden. Zo veel mogelijk. Het maakt niet uit waar, of wanneer. Volgens mij is er niet één Top-divisierijder die graag in de 1e-divisie rijdt. Als je Top-divisie bent, dan wil je Top-divisie schaatsen. Dat geldt voor ons allemaal.
Al jaren komen er klachten van 1e-divisierijders over dit onderwerp. Top-divisierijders zouden de wedstrijden bepalen in dienst van rijders en/of teams uit de 1e-divisie. Dit lijkt mij echt grote onzin. Als Top-divisierijder wil je namelijk gewoon die wedstrijd winnen en houd je je helemaal niet bezig met anderen. Geloof mij, het is echt niet makkelijk om zo’n wedstrijd te winnen als top-divisierijder, met 80 b-rijders strak in je spoor. Ik geloof ook niet dat het meerijden van Top-divisierijders het plezier wegneemt bij schaatsers uit de 1e-divisie. En mocht dat wel het geval zijn, dan zitten die klagende rijders zelf niet op de juiste plaats. Ik geloof ook niet dat het schaatsers zijn die echt de top willen bereiken, die klagen over de gang van zaken. Het zijn juist de ambitieloze rijders uit de middenmoot, die niet verder kijken dan handhaven in de 1e-divisie die klagen.
Toen ik zelf b-rijder was wilde ik graag de stap naar de a’s maken. In mijn laatste jaar als b-rijder heb ik meerdere malen een verzoek ingediend bij de KNSB om eens een wedstrijd bij de a-rijders te mogen starten om uit te vinden of ik er klaar voor was. Ik was enorm nieuwsgierig naar de snelheid en naar het spel. Keer op keer werd mijn verzoek afgewezen en kreeg ik pas op de Weissensee de kans om mezelf te meten met de ‘grote mannen’. Zo zou de huidige generatie b-rijders er ook tegenaan moeten kijken. Zie het als een uitdaging. Je krijgt elke week de kans om te kijken of je rijders uit de Top-divisie kunt volgen, of ze misschien zelfs kunt verslaan. Waarom zou dat het plezier wegnemen? Als je jezelf wilt ontwikkelen is dat toch juist wat je nodig hebt om uiteindelijk de stap te maken?
De 1e-divisie zou een ‘tussencategorie’ moeten zijn, maar ik heb het idee dat het steeds meer een eindstation wordt voor veel rijders. Zo ook voor ene Martijn de Groot die op deze website een oproep deed aan rijders uit de Top-divisie om niet meer te starten in de 1e-divisie. Hij is inmiddels bezig aan zijn vijfde seizoen in de 1e-divisie en het ziet er niet naar uit dat een overstap naar de Top-divisie voor hem in het verschiet ligt. Dezelfde Martijn de Groot die klaagt over Top-divisierijders in de 1e-divisie, reed zelf doodleuk de Weissensee Talent Trophy in zijn 4e jaar als b-rijder terwijl die oorspronkelijk toch echt bedoeld is voor schaatsers zonder landelijke licentie. Daarnaast was hij ook nog eens ouder dan de 22 jaar die als maximum leeftijd geldt voor deelname. Mijn boodschap aan Martijn de Groot is dan ook, kijk eens goed in de spiegel en vraag jezelf eens hardop af wat je doel is op schaatsgebied. Doe je het voor de fun of wil je jezelf echt verder ontwikkelen? Als je het voor de fun doet, dan adviseer ik je om weer lekker het 6-banentoernooi te gaan rijden. Je houdt namelijk al jaren een nummer bezet van je gewest waar wellicht een enorm ambitieus talent om staat te springen. Wil je jezelf echt verder ontwikkelen om de Top-divisie te halen, accepteer dan de regels, stop met zeuren en ga de uitdaging aan in de wedstrijden.
Koers is tenslotte koers!
Waarom doen mensen aan fitness?
30-09-2011

Het volgende stuk is generaliserend en confronterend. Het berust niet op feiten, maar enkel op eigen gedachten en waarnemingen.
Gisteren stelde ik mezelf op twitter de vraag waarom mensen het zichzelf aandoen om te gaan sporten in een sportschool. En dan bedoel ik met name fitness. Deze vraag spookt al geruime tijd door mijn hoofd en ik denk er dan ook regelmatig over na.
Stel een willekeurig persoon in een fitnesscentrum de vraag wat hij of zij komt doen en je zal hoogstwaarschijnlijk het antwoord ‘trainen’ krijgen. Trainen doe je om in iets wat je al kunt, beter te worden. Waarvoor trainen deze mensen dan? Er zijn vele mogelijkheden. Als ondersteuning voor een andere sport, algemene conditie verbeteren, sterker en/of gespierder worden, gewicht verliezen, revalideren, enz. Maar nooit hoor ik iemand zeggen; “Voor de lol”. Volgens mij doen veel mensen aan fitness omdat ze het idee hebben dat ze iets aan beweging moeten doen en als je dan niet echt onderlegd bent in een bepaalde sport, dan kom je al gauw bij fitness uit.
“Het geeft zo’n lekker gevoel” is ook een veel gehoorde kreet. Dat hebben andere mensen ze natuurlijk wijsgemaakt. Spierpijn, vermoeidheid, al dat vieze zweet, de oersaaie oefeningen, daar hoor je nooit iemand over. Het is bijna vergelijkbaar met propaganda voor een nieuw soort drugs. “Je voelt je echt super!” of “Het geeft echt een kick!” En altijd mensen die erin trappen. Er zijn ook mensen die naar de sportschool gaan voor de sociale contacten. Gek genoeg is juist deze groep het snelst met het in doen van de oordopjes van de MP3-speler. Het volume richting standje-max onder het mom van ‘mijn eigen muziekkeuze is veel beter’ en zich zodoende afsluitend voor elke vorm van sociaal contact. Wacht, ik ben te snel met deze conclusie. Er is natuurlijk wel een update via de social media gedaan met de mededeling dat de persoon in kwestie even ‘the gym hit’ om een uurtje flink te buffelen. Heel sociaal ja. Dan is er de groep waar ik vorige week over schreef: de afvallers. Letterlijk en figuurlijk. Ze stellen te hoge doelen, het verwachtingspatroon is onrealistisch en ze zijn onvoldoende gemotiveerd. Dit zal ervoor zorgen dat deze groep gedesilusioneerd afhaakt.
Een andere leuke en opvallende groep zijn de zogenaamde ‘fitness-henkies’ of ‘spiegelnerds’. Jongens van een jaar of 16-17 die in een onzekere levensfase zitten en denken dat spierbundels ze het aanzien zal geven van een echte ‘action-hero’. Overigens kan het ook zijn dat een spiegelnerd wat ouder is dan de genoemde leeftijden. Grote kans dat deze dan is blijven hangen in de onzekere levensfase waar ik zojuist over sprak. Spiegelnerds zijn de meest ongeduldige types die je je maar kunt voorstellen. Na 3 weken ‘trainen’ komen ze al aan de instructeur vragen waarom ze nog niet gegroeid zijn. Het optillen van een enkel gewicht zou toch voldoende moeten zijn om de eerste resultaten zichtbaar te maken? Tuurlijk, Rome is ook in 1 dag gebouwd, dus waarom niet. Het overgrote deel van de fitness-henkies realiseert zich niet dat het opbouwen van spiermassa een uiterst precies en tijdrovend project is. Regelmaat is net zo belangrijk als variatie. Motivatie en discipline zijn de basis van elke gram nieuwe spiermassa. De balans tussen training en rust moet goed zijn uitgekiend. En dan die supplementen, wat een grap! Begrijp me niet verkeerd, ik weet de producten op waarde te schatten. Enkel de toepassing ervan slaat in veel gevallen nergens op. Je kunt proteïne-shakes drinken wat je wilt, maar wat je de rest van de dag wel-en-niet eet maakt het verschil en niet die stoere milkshake. Deze mannen zijn zo erg gefocust op hun eigen lichaam dat ze de hele training niet veel anders doen dan in de spiegel kijken om te zien of de armpjes al wat gegroeid zijn.
Is fitness dan echt zinloos? Nee hoor, in tegendeel. Als je echt gemotiveerd bent, zelf op onderzoek bent uitgegaan naar wat je voor jouw doelstelling moet doen en laten en als je de kennis en ervaring van gediplomeerde instructeurs aanwendt om stap voor stap je doelstelling te behalen dan is het heel erg zinvol. Dus bedenk je goed, het zal helemaal niet dat lekkere gevoel geven, het zal tijd vergen om je doel te behalen, trainen doe je op de sportschool zonder ipod en eten doe je de hele dag door maar vooral niet op de sportschool.
Oh! En als je op weg bent om je doel te behalen, dan wordt het vanzelf leuk hoor!
Is gewicht verliezen echt zo moeilijk? Hier mijn mening.
17-09-2011

Waarom lukt het zo weinig mensen om blijvend gewicht te verliezen? Deze vraag heb ik mezelf ontelbare keren gesteld en tot voor kort had ik er geen antwoord op. Als instructeur kom ik dagelijks in contact met mensen die, ieder op zijn/haar eigen manier, vechten tegen de kilo’s. In de meeste gevallen zie ik dit proces met lede ogen aan, omdat het voor veel van deze mensen een gebed zonder einde lijkt te zijn.
Als instructeur probeer je deze mensen zo goed mogelijk bij te staan, ze zo breed mogelijk te adviseren en ze van het beste trainingsprogramma te voorzien om hun doelstelling te kunnen behalen. In de meeste gevallen is dit echter verspilde moeite. Ondanks de goede adviezen, een super trainingsprogramma en een stimulerende coach en trainingsomgeving zal het merendeel van de mensen er niets mee opschieten. Natuurlijk lukt het ze best om een kilootje kwijt te raken, maar vaak zit die kilo er even snel weer aan. Of erger nog, er komen 2 kilo’s voor terug. En in het slechtste geval krijg je daar als instructeur nog de schuld van ook!
Met deze groep mensen in gesprek gaan leverde mij lange tijd niet veel meer op dan schuldgevoel, medelijden en een bak met vraagtekens bij alle kennis en ervaring die ik in jaren had opgedaan. Jarenlang heb ik me daarover gefrustreerd, maar van de ene op de andere dag kreeg ik het inzicht. Schuldgevoel maakte plaats voor een schoon geweten, medelijden voor verontwaardiging en de vraagtekens voor uitroeptekens. Ik had het. Eureka!
Sinds ik weet waar de ‘bottleneck’ zit verloopt zo’n gesprek ineens heel anders. Je moet als instructeur wel een drempel over om mensen ermee te confronteren en de reacties zullen verschillen van begripvol tot verontwaardigd en zelfs verdrietig. Echter, als je deze mensen echt wilt helpen om blijvend gewicht te verliezen dan kan je niet om mijn oplossing heen. De oplossing is simpel: een confrontatie met de realiteit. De boodschap is al even simpel en die luidt als volgt: “Als het je niet lukt om blijvend gewicht te verliezen dan wil je niet graag genoeg, of er is fysiek iets mis met je waarvoor je naar een dokter moet.”
Ik zal deze vrij directe confrontatie met de realiteit even toelichten. Afvallen is echt een heel simpel rekensommetje. Stop er minder in dan je verbrandt en je verliest gewicht. Simple as that! Als je echt graag zou willen, dan zou je er alles aan doen om je doelstelling te halen. Heb je überhaupt nagedacht over een doel? Of laat staan over een plan? Ben je zelf op onderzoek uitgegaan om uit te vinden wat je allemaal moet doen en laten om je doelstelling te bereiken? Heb je erover nagedacht wat de echte reden is dat je gewicht wilt verliezen? Waarom is die doelstelling voor jou zo belangrijk? Als je op al deze vragen een antwoord hebt, dan wordt gewicht verliezen een stuk eenvoudiger.
Alles draait om motivatie. Echt willen. Als het je ontbreekt aan wilskracht die echt vanuit jezelf komt, dan ontbreekt het je ook al gauw aan discipline. En discipline is de basis van alle fysieke doelstellingen. Zonder discipline is het zinloos om een doelstelling te hebben. Discipline is dus belangrijk, maar de basis daarvoor is wilskracht.
Hoe graag wil je echt van die buik of die stevige dijen af? Wat heb je daarvoor over? Ben je bereid om je slechte gewoontes af te zweren? Ben je echt bereid minder te eten? De verleidingen te weerstaan? Jezelf het schompes te trainen? Regelmaat in training, rust en eten te brengen?
Kortom, ben je bereid je hele leven om te gooien? Het zal moeten als je echt wilt.
Skippy Skibril
22-02-2008

Onze mooie sport is er een die gepaard gaat met enkele risico's. Er is een aanzienlijke kans op snijwonden, omdat iedere schaatser in het peloton twee vlijmscherpe messen onder zijn voeten draagt. Beschermende kleding is er met uitzondering van scheenbeschermers eigenlijk niet. Dit seizoen doen langzaam de snijvaste enkelsokjes hun intrede in het peloton der marathonschaatsers.
Eigenlijk best gek, dat deze op de langebaan door meerdere schaatsers al jaren gebruikt worden, maar dat ze bij ons tot dit seizoen nog niet gesignaleerd waren. Ikzelf doe er vooralsnog niet aan mee. De belangrijkste reden hiervoor is dat ik met zulke sokjes simpelweg niet in mijn schaatsen pas. Mijn schoenen zijn op maat gemaakt en passen precies. Ik overweeg wel om voor volgend seizoen nieuwe schoenen aan te schaffen, zodat ik ook mijn enkels kan beschermen tegen snijwonden.
Een ander soort bescherming dat we af en toe voor bij zien komen is de helm. Een aantal jaren geleden was Frank Verheijen nog de enige die een valhelm droeg. Volgens eigen zeggen was hij ook de enige persoon die er een nodig had om zijn hersens te beschermen, want de rest van het peloton bestond toch alleen uit domme boeren. Ik herinner me nog goed een valincident waarbij Verheijen zelf betrokken was. Na de finish van een wedstrijd deed hij tijdens het uitrijden zijn valhelm af en viel vervolgens hard op zijn hoofd. Op dat moment kon ik een glimlach niet onderdrukken. Ik was gelukkig niet de enige.
De temperatuur waarbij vooral op natuurijs geschaatst word, brengt ook de nodige risico's met zich mee. Het invetten ven het gezicht en dragen van meerdere lagen goede kleding is een must. Er zijn ook schaatsers die ervaring hebben met het bevriezen van tenen of zelfs halve voeten. Dit gebeurt gelukkig alleen bij extreme omstandigheden. Toch maak ik me soms zorgen als ik op natuurijs mensen zie schaatsen zonder sokken, met de enkels helemaal bloot. Het zijn natuurlijk niet mijn voeten, maar toch. Iets wat veel sneller gevaar loopt dan de voeten bij kou, zijn de ogen. Bevroren ogen is geen pretje. Als bescherming hiertegen draag je een bril. Je hebt hierbij de keuze uit verschillende soorten brillen. Mijn persoonlijke voorkeur gaat uit naar een gewone zonnebril, die licht is, lekker zit en goed aansluit op het gezicht. Bij Nico Brillen in Steenwijk, Meppel en Zwolle vindt u de nieuwste modellen.
Anderen kiezen vaak voor de zogenaamde “goggles”. Dit zijn twee afzonderlijke lenzen die de ogen compleet afdekken, zodat er geen wind achter de lenzen langs kan. Dit biedt een betere bescherming tegen de kou. Er zijn ook mensen die een skibril gebruiken. Dit is een grote lens die beide ogen bedekt en die ook rondom compleet is afgesloten. Ook deze bril biedt een hoge beschermingsfactor. Alleen zijn de meeste sibillen niet zo handig.... Ze veroorzaken namelijk een dode-hoek, links en rechts van de schaatser. Dit heeft als gevolg dat de schaatser die er een draagt, andere schaatsers van de baan veegt, zonder het zelf te weten. Het is nog veel erger als twee dragers van een skibril elkaar voor de voeten schaatsen. Soms ontstaan er flinke valpartijen door. Ook wordt er nogal eens materiaal door vernield. Een skibril brengt dus extra gevaar in de groep. Mensen die geen skibril dragen en die wél uitkijken worden vaak de dupe van het onverantwoordelijke schopgedrag van een of andere Skippy Skibril. Ik snap best dat je als schaatser je ogen wil beschermen tegen de kou, maar draag dan alsjeblieft een andere bril zolang het niet sneeuwt! Misschien is het een idee om voor mensen die zo nodig een skibril willen dragen een speciale schaats-vaardigheids-cursus te ontwikkelen. Net zoiets als de aanhanger bij de auto. Een soort extra rijbewijs.... Want die trap-maar-raak-mentaliteit van Skippy Skibril ben ik echt beu!
Goedemorgen!
28-12-2007

Het is een uur of 6 op een winterse doordeweekse ochtend. Ik rol uit bed en voel aan mijn benen. Vorm, ik voel het gelijk. Ze zijn goed op spanning en hebben last van een beetje een zeurderig gevoel. Ik kijk naar mijn fiets die in een Tacx geparkeerd staat. Zal ik even een kwartiertje warm draaien om het lichaam wakker te laten worden? Nee, ik doe het niet.
Eerst maar even de wasdroger leeghalen. Daar zitten alle spullen nog in van de vorige dag. Het ontbijt is hetzelfde als elke dag waarop een belangrijke natuurijswedstrijd wordt gereden. Een bord cruesli en een bord kale spaghetti. Na het ontbijt kijk ik nogmaals naar mijn fiets en denk nog steeds hetzelfde. Niet nodig, ik heb vorm. Met de tas op wieltjes achter mij aan rollend trek ik de deur achter mij dicht. Het is helder buiten en vriest een graad of 8. Heerlijk weer voor een NK op echt Nederlands natuurijs.
Nadat ik mijn vader thuis heb opgepikt rijden we richting Earnewoude. In de eigen provincie, mooi naast de deur. Ik krijg nog wat tips van de oude meester die ik ergens een plekje geef in mijn chaotische brein. Zenuwachtig ben ik nooit geweest, dus ben ik dat ook vandaag niet. Bij aankomst ontmoet ik mijn teamgenoten. Na een korte bespreking beginnen we ieder op onze eigen manier aan de voorbereiding. Dit betekent voor mij vooral rustig wandelen en kijken naar de concurrentie. Een beetje schudden met de benen en heel bewust elk deeltje van mijn lichaam in gedachten voelen. Zoals altijd, met een goed stuk muziek ter ondersteuning. In de kleedkamer is het druk, het lijkt wel of er veel meer rijders zijn dan anders. De helft ken ik niet eens. Ik zit naast Joost Juffermans. We dollen wat en halen oude herinneringen op uit de afgelopen jaren. Voordat we er erg in hebben is het tijd om naar de start te gaan. Het is net licht geworden en iedereen is klaar voor het vertrek. Als het startschot heeft geklonken lijkt het een beetje op de invasie van de geallieerden in Normandië tijdens de Tweede Wereldoorlog. Iedereen probeert een vrij spoor te vinden om zijn schaatsen neer te zetten. Na twee kilometer wordt het rustiger en kan ik eindelijk fatsoenlijk mijn slag af maken.
Ik zit lekker van voren en draai gemakkelijk mee. Het lijkt wel vanzelf te gaan... Op de heenreis heeft mijn vader me nog verteld dat ik me rustig moet houden als ik dit gevoel krijg. Ik besluit dan ook om me de eerste 50 kilometer niet in een kopgroep te laten zien. Er zijn verschillende kopgroepen geweest maar steeds wordt alles terug gereden. Halverwege koers besluit ik dat het moment daar is om wat op te schuiven in het peloton. Ik kom wat mensen tegen die op mijn favorietenlijstje staan. Een aantal daarvan schrap ik meteen op het moment dat ik ze zie schaatsen. Dat wordt niks meer.... Een aantal anderen houd ik nauwlettend in de gaten. Met nog 30 kilometer te gaan wordt het peloton in stukken uit elkaar gereden. Ik zit gelukkig in het voorste deel en kan nog vrij makkelijk volgen. Wat is het lang geleden dat ik me zo gevoeld heb! Toch zeker een jaar of 4. Ik kijk om mij heen en zie dat er echte kanonnen in de groep zitten. Henk Angenent, Rob van Meggelen, Miel Rozendaal en Jan Maarten Heideman. Ze zijn er allemaal. Ik voel me sterk, maar doe niet teveel kopwerk. Een van de wijze lessen van mijn ouwe heer luidt: doe nooit meer dan een ander! Ik hou me eraan. Tien kilometer voor de finish wordt er gedemarreerd. Hierna is er nog 5 man over. Nog een demarrage. Ik kijk achterom en zie 2 man lossen. Een heerlijk gevoel. Mijn benen en rug doen pijn, maar het interesseert me niet. Ik wacht op mijn moment. Mijn moment komt met 400 meter te gaan. Ik wacht tot de sprint wordt aangegaan. Ik reageer gelijk en 400 meter voor de streep zet ik mijn sprint in. Ik kom er naast. Ik blijf er een beetje naast hangen en denk aan mijn vader die al eens met centimeters geklopt werd bij een NK. Daar haal ik extra kracht uit en kan nog een kleine versnelling plaatsen. Voordat ik het weet ben ik als eerste over de streep gegleden en steek ik mijn handen in de lucht. Ik schreeuw zo hard als ik kan. Mijn vader wacht verderop op mij met open armen. Ik laat me daarin vallen en probeer mijn gedachten op een rij te krijgen. Dit gaat vrij moeilijk met een microfoon onder mijn neus en een camera op mijn snufferd gericht. Ik vertel kort en bondig mijn verhaal en krijg een jack en een droge muts aangereikt. Ik word opgeroepen voor de huldiging en wil net richting het podium gaan als mijn vader mij de telefoon aanreikt. “Ik heb je moeder aan de lijn!” Ik neem de telefoon van hem over en hou hem tegen mijn oor.
Op het moment dat ik mijn moeder aan de lijn krijg besef ik mij dat ik nog wel eventjes kan wachten op de nationale titel. Ze vertelt mij namelijk dat ik wel een verdomd goede reden moet hebben om haar om 5 uur in de ochtend te bellen. Ik verontschuldig mij en meld haar dat ze het telefoontje maar snel moet vergeten. Ik draai me om en kruip nog maar eens diep onder de dekens tegen de warme billen van Sanne aan. Het zal de komende dagen toch nog niet gaan vriezen.
De eer aan wie?
14-12-2007

Ons peloton bestaat uit vele verschillende soorten mensen. Agrariërs, postbodes, topsporters, clowns, maar ook atheïsten, christenen en wie weet, zelfs moslims. Dat alles gaat al jaren heel goed samen en eigenlijk nooit is er onenigheid onderling over bepaalde opvattingen of leefwijzen. Er is veel onderling respect voor elkaars prestaties, ook als deze eens wat minder zijn.
Zo is er ook respect voor ieders religieuze achtergrond. Ik maak er geen geheim van dat ik zelf een volkomen bewust atheïst ben. Ik ben er zelfs min of meer trots op, omdat ik mijn eigen weg in het leven zoek zonder hulp te vragen aan een hypothetisch bovennatuurlijke entiteit. Dit betekent niet dat ik gelovigen niet respecteer. In tegendeel. Als iemand in een God wil geloven dan is dit zijn of haar eigen keuze en die respecteer ik zonder meer. Tussen respecteren en begrijpen zit echter een heel groot verschil. Dat ik de keuze voor het geloof in een God niet begrijp, ligt waarschijnlijk aan mijn eigen nuchtere instelling en het feit dat ik altijd overal een goed onderbouwde verklaring voor wil hebben. Ik probeer al heel lang om het wel te begrijpen, maar dat wil nog niet echt lukken.
Wat ik ook niet goed begrijp is dat sommige mensen hun keuze voor een bepaald geloof aan andere mensen opdringen. Geloof hoort een keuze van jezelf te zijn en niet iets wat je wordt opgedrongen. Vaak heeft het ook een averechts effect op mensen. Je sluit je er des te meer voor af. Als volleerd atheïst vloek ik nog wel eens. Zeker tijdens de wedstrijd wil er nog wel eens een uitdrukking die een godslastering behelst mijn mond verlaten. Dit gebeurt echter altijd tijdens een adrenaline-tsunami en nooit met opzet. Het is ook nooit mijn bedoeling daar mensen mee te kwetsen. Ik heb ook niets tegen God of Jezus of wie dan ook. Het gebeurt gewoon. Ik vloek niet met voorbedachte rade om het zo maar even te zeggen. Als ik de Schepper weer eens een spreekwoordelijke draai om zijn oren heb gegeven wordt ik hier nog wel eens op aangesproken. Deels wel terecht vind ik trouwens, want het is niet netjes. Echter de volgende keer dat ik op mijn atheïstische ziel getrapt wordt door iemand die mij probeert te overtuigen van het feit dat we alles in ons bestaan te danken hebben aan een tovenaar die zich nog nooit heeft laten zien en een baardmans op sandalen, dan zal ik ook aangeven dat ik zulke taal niet echt op prijs stel.
Ik snap trouwens ook niet goed dat sommige gelovigen zoveel praten over hun geloof alsof het iets magisch is waardoor hun leven zoveel beter is dan het mijne. Als je er als sporter zoveel aan hebt, dan zou ik het zeker niet aan de grote klok hangen. Ik zou het met zo weinig mogelijk mensen delen, want anders geef je je geheim prijs. In het algemeen praten mensen veel liever over iets waar ze last van hebben. Door dit te delen met anderen wordt de last een stukje draagzamer. Zou dat misschien de achterliggende gedachte zijn? En mocht ooit wel aantoonbaar worden gemaakt dat het geloof in een God je prestaties positief beïnvloed, dan is het een logisch gevolg dat hier regels voor komen die in het dopingreglement worden opgenomen. Anders spreken we van competitievervalsing.
Afgelopen zondag was weer een geweldige wedstrijd hoorde ik van veel mensen die hem gezien hebben. De winnaar was ook super. “Koning Jan” eindelijk weer op de hoogste trede. Een geweldige serieuze sportman die zichzelf tot de beste marathonschaatser aller tijden heeft gemaakt. Al dat harde trainen in weer en wind, vele uren op de fiets. Al dat afzien in de trainingen en wedstrijden. Zere benen en een pijnlijke rug. Meer dan 70 overwinningen komen je niet aanwaaien, daar moet je keihard voor werken en pijn lijden. Dat kan niemand anders voor je doen, dan jij zelf. Daarom was ik zeer verbaasd dat de winnaar na afloop zei dat alle eer aan God toe kwam. Sorry hoor, maar dan snap ik er even niks meer van.... Heeft God voor je getraind? Heeft god overgenomen in de kopgroep? Heeft God je geduwd misschien? Je hebt zelf geknokt voor die overwinning. Je hebt hem helemaal zelf verdiend. Dus de eer is 100% voor jou Koning Jan!
Orgasmisch
02-11-2007

Je kent het wel, dat gevoel van een verpletterende urinelozing na het 3 uren te hebben opgehouden tijdens een lange duurrit bij 3 graden boven nul en lichte miezerregen. Op het moment dat je staat (of zit natuurlijk...) te kletteren kan de wereld je gestolen worden. Het enige dat telt is het heerlijke gevoel van die langzaam leeglopende blaas. Zeer aangenaam, zo zou ik het willen noemen. Bijna orgasmisch. U snapt over welk gevoel ik het heb?
Zo voelt het nou ook als tijdens een training of in een wedstrijd alle klappen raak zijn. De timing is goed, precies genoeg druk, goede hoeken, geen pijntjes, alles klopt. Dat gevoel.... Heel soms is het er. Zelden eigenlijk. Maar als het er is, herken je het gelijk. Dat is het gevoel dat je het liefst altijd zou willen hebben op schaatsen, maar hoe kom je eraan? Wat is er nodig om dit gevoel op te ervaren? Ik zou het niet weten. Maar mijn vader heeft altijd gezegd, dat als je in een training merkt dat je dit gevoel hebt, je gelijk van het ijs moet gaan. Ik hou me daar zoveel mogelijk aan, maar het gevoel is er zo zelden. En als het er is, dan wil je het voelen. Niet een kwartiertje, maar een uur! Of liever de hele dag! Maar zo werkt het helaas niet. Dat gevoel verdwijnt meestal weer net zo plotseling als dat het gekomen is.
Praten over hoe schaatsen voelt is eigenlijk net als praten over hoe seks voelt. Kun je het omschrijven? Zou je het wel omschrijven? Wil het überhaupt omschrijven? En toch gebeurt het veel in onze sport. Er wordt bijna net zoveel over gevoel gesproken als over materiaal, techniek en trainingsvormen. Meer dan in welke andere sport ook, praten schaatsers over hun gevoel. Ook met trainers wordt erover gesproken. Veel trainers hebben zelf nooit op hoog niveau geschaatst en zijn technisch geen wonderkinderen, laat staan dat ze ooit dat magische gevoel hebben gehad waar we het over hebben. Dit zegt overigens niets over de kwaliteiten van de trainers... Ik heb goede trainers gehad die zelf nauwelijks kunnen schaatsen, maar deze mensen begrijpen niet welk gevoel dit is en hoe dit werkt.
Mijn boodschap aan alle schaatsers die zoeken naar dit magische gevoel is dan ook; hou op en zoek naar je eigen gevoel. Praat er niet over, want het is niet onder woorden te brengen. Hoe graag je het ook wilt en hoe makkelijk het ook lijkt. Ieder mens interpreteert een gevoel namelijk anders en we verwoorden die interpretatie ook nog eens verschillend. Dus waarom zouden we erover praten als we elkaar toch niet begrijpen?
Ik zorg er in ieder geval voor dat ik mijn eerstvolgende duurrit vertrek met een volle blaas. Dan heb ik tenminste deze week weer dat heerlijke gevoel gehad, want op het ijs is het er nog niet.